Verwonderingen

en perspectief

29/10/2018 | cath

Eigenlijk is iedere dag één grote verwondering voor mij. Zodra je de deur uitstapt kan er ieder moment iets gebeuren eigenlijk. Mensen zeggen de gekste  dingen. In het algemeen en tegen elkaar, maar ook zeker tegen mij. Ik maak me daar niet druk om, ik heb meer te doen.

Ik heb hier al eens over verteld, maar ik vertel het nog eens voor degenen die het niet kennen. Ik vertel dit ook omdat ik dit een vrij goed voorbeeld vind om niet te gauw iets te zeggen. Iets vinden of denken is iets anders, maar voordat je iets zegt; denk even na zou ik zeggen.

Ik mag gebruik maken van aangepast vervoer en zo werd ik een keer opgehaald. Dit is gecombineerd vervoer, dus we moesten nog een oudere dame ophalen. Dus mijn karretje ging achterin de kofferbak en ik ging zitten. Toen we de vrouw vervolgens  hadden opgehaald zei ze itegen mij op belerende toon: “Mag jij hier wel gebruik van maken, en hoe kom je eigenlijk aan dit pasje?!” Waarop ik antwoordde op samenzweerderige toon: “Niet doorvertellen hoor, maar ik ken dus iemand die hier werkt en die heeft een pasje voor mij geregeld.” De vrouw keek me met grote ogen aan en de chauffeur zag ik schuddend zijn lachen inhouden. Ik dacht: een bizarre vraag vraagt om een bizar antwoord. Dit bewijst maar weer dat je kennelijk naar de wereld kijkt zoals jij die ervaart. Perspectief dus. Zij was nog goed ter been, maar wat ze denkt zegt ze kennelijk ook meteen. Daar kun je boos om worden, maar weet ik veel waarom ze zo primair reageert. Ik kan wel vijftig redenen bedenken, dus daar ga ik niet boos om worden. Ik verwonder me dan, daarnaast zorgt het voor een hilarische anekdote.

Een ander voorbeeld speelde  zich een uur geleden af. Ik liep over straat en toen hoorde ik iemand vrij luid: “oooooch, oijoijoi “ zeggen. En toen ik voorbij liep: “beterschap”, super lief bedoeld, maar je kunt ook gewoon ‘hoi’ zeggen.

En dan denk ik dus weer na over het woord ‘beterschap’. In een verkeerde context is dit een heel gek woord eigenlijk.

Zegt je collega: ‘goedemorgen!’ Waarop jij dan zegt: ‘beterschap!’

Beterschap. Be-ter-schap. En dan is ‘schap’ het zijn van iets. (Niet een legplank.)

Dus dan moet je beter worden in je ‘zijn’. Dus ik mag een betere versie worden van mezelf. Wellicht werd daar mee bedoeld dat ik beter moet lopen (zonder karretje). Heel lief, maar roep dat beter maar niet random naar iemand.

En ergens zit er iets heel geinigs in, waar volwassenen denken: arm kind, met je kar, denken kinderen dat dus niet. Of mensen gaan een soort van snel wandelen en naast me lopen waarop de prangende vraag gesteld kan worden: “wat heb jij?” Ik heb heel veel, wat wil je horen? Dat denk ik dan, maar zeg ik dan maar niet. Ik heb het hier over volwassenen, geen kinderen hé? Een klein kindje zei tegen  mij bij de kassa terwijl hij naar mijn rollie wees: “wat cool. Heb je die voor je verjaardag gekregen?” Dan is je dag toch goed?! Ik heb overigens ja gezegd daarop.

Ook staat de vraag: “dit is toch tijdelijk?’ bovenaan in de top ‘meest gestelde vragen’. Ik zeg dan altijd dat dit zo is. En dit is niet gelogen. Het leven is best tijdelijk toch? Het is maar net wat jij onder  tijdelijk verstaat natuurlijk! Alles is perspectief vind ik.

Zo krijg ik ook super vaak flyers (vnl op/ bij de markt) voor van alles en nog wat. Van rollatorraces tot en met flyers om mensen te werven voor kerken, geloven or what so ever. Daar heb ik geen mening over, iedereen moet lekker zelf weten wat ‘ie doet of voor staat. Goed, op een keer kwam er een man op me af en die zei (al naar mijn karretje wijzend): “er is al zoveel van je afgenomen, maar ik geef je dit!” En ik kreeg een flyer toegestopt met de tekst DE REDDING IS NABIJ. Waarop ik met een neutraal gezicht vroeg: “moet ik gered worden?” Ik kreeg geen antwoord. Misschien ben ik niet meer te redden, of hij had zin in een loempia, dat kan natuurlijk ook.

 

Daarnaast staren mensen je aan. Altijd. Ik snap dat dus wel, dit zie je niet dagelijks op straat. Tenzij je naast me woont. Sommigen kijken zo erg dat hun mond ervan openhangt. Wat ik dan denk? Ik hoop dat ze wel een griepprik hebben gehaald, mochten ze altijd op deze manier ergens naar kijken.

Ik snap wel dat dit een niet heel normaal straatbeeld is, maar het is niet zo dat ik op een vliegend tapijt rondjes vlieg. Ik probeer altijd maar iets na te leven wat ik van iemand op een ijskastmagneet kreeg. Hier stond op: People will stare, make it worth their while.

Verwonderingen